WAT IS UNESCO

UNESCO staat voor United Nations Educational Scientific and Cultural Organization (de Verenigde Naties Organisatie voor Onderwijs Wetenschappen Cultuur en Communicatie

Achtergrond
De Statuten van de UNESCO zijn door 37 landen op 16 november 1945 in Londen getekend en werden op 4 november 1946 van kracht.
Momenteel telt de UNESCO 190 lidstaten

Bij de oprichting verklaarden de overheden plechtig “daar oorlogen in het brein van de mens ontstaan, moeten daar de verdedigingswerken van de vrede worden opgebouwd”.

Een vrede die uitsluitend gebaseerd is op de politieke en economische regelingen van regeringen, zal niet een vrede zijn welke de unanieme, blijvende en oprechte ondersteuning van de volkeren van de wereld zal verzekeren. De vrede moet daarom – als zij kans van slagen wil hebben – gebaseerd zijn op de intellectuele en morele solidariteit van de mensheid”.

De overheden die de Statuten tekenden geloofden in “volledige en gelijke onderwijskansen voor allen, in het onbelemmerd zoeken naar de objectieve waarheid en in de vrije uitwisseling van ideeen en kennis.

Doel en Functie
Het voornaamste doel van de UNESCO is om een bijdrage te leveren aan de vrede en veiligheid in de wereld door samenwerking tussen naties op de gebieden Onderwijs, Wetenschappen Cultuur en Communicatie te stimuleren, om zodoende universeel respect voor het recht, de wet en voor de mensenrechten en fundamentele vrijheden die zijn vastgelegd voor de volkeren van de wereld in het handvest van de Verenigde Naties te bevorderen, zonder onderscheid van ras, sekse, taal of religie.

Om dit doel te verwezenlijken zal de Organisatie:

a. Samenwerken bij het bevorderen van onderlinge kennis en begrip van volkeren; alle vormen van massacommunicatie voor dat doel aanwenden; die internationale overeenkomsten aanbevelen die nodig zijn om de vrije stroom van ideeen door woord en beeld te bevorderen;

b. Nieuwe impulsen geven aan volksonderwijs en aan het verspreiden van cultuur:

? Op het verzoek van Lidstaten met hen samen te werken bij het ontwikkelen van onderwijskundige activiteiten;

? Door het vestigen van samenwerking tussen de naties om het ideaal van gelijke onderwijskansen zonder onderscheid van ras, geslacht of welk ander onderscheid, hetzij economisch of sociaal te vergroten;

? Door het voorstellen van onderwijsmethoden die het best geschikt zijn om de kinderen van de wereld voor te bereiden op de verantwoordelijkheden van vrijheid.

c. Behouden, vergroten en verspreiden van kennis:

? Het behoud en de bescherming van het wereld erfgoed van boeken, kunstwerken en monumenten van geschiedenis en wetenschap en aan de betrokken naties de noodzakelijke internationale conventies aan te bevelen;

? Door het aanmoedigen van samenwerking tussen de naties op alle gebieden van intellectuele activiteit, inclusief de internationale uitwisseling van personen actief op de gebieden onderwijs, wetenschap en cultuur en de uitwisseling van publicaties, objecten van artistieke en wetenschappelijk belang en andere informatie materiaal;

? Door het initieren van internationale samenwerkings methoden bedoeld om de volkeren van alle landen toegang te verschaffen tot de gedrukte en gepubliceerde materialen, geproduceerd door elk van hen.

d. Met het oog op het behoud van de onafhankelijkheid, integriteit en vruchtbare diversiteit van de culturen en de onderwijssystemen in de lidstaten van de Organisatie, is het de Organisatie verboden om te intervenieren in zaken welke essentieel vallen binnen de binnenlandse jurisdictie van het land.

Artikel II Lidmaatschap

1. Lidmaatschap van de Verenigde Naties geeft het recht op lidmaatschap van de UNESCO.

2. Tengevolge van de overeenkomst tussen deze Organisatie en de Verenigde Naties kunnen landen die geen lid zijn van de V.N. op grond van artikel X van deze Constitutie worden toegelaten als leden van de Organisatie, op voordracht van de Uitvoerende Raad, door een tweederde meerderheid van stemmen van de Algemene Vergadering.

3. Gebieden welke niet verantwoordelijk zijn voor hun buitenlands beleid, kunnen door de Algemene Vergadering worden toegelaten als geassocieerde leden door een tweederde meerderheid van het aantal aanwezige stemgerechtigde leden, op een aanvraag gedaan namens deze gebieden door een lid of andere autoriteit die verantwoordelijk is voor hun buitenlands beleid. De aard en reikwijdte van de rechten en plichten van de geassocieerde leden zal worden bepaald door de Algemene Vergadering.

4. Leden van de Organisatie waarvan het Lidmaatschap van de Verenigde Naties is ingetrokken zullen op aanvraag van laatstgenoemde ook worden geschorst van de rechten en privileges van deze Organisatie.

5. Leden van de Organisatie welke zijn geroyeerd door de V.N. zullen automatisch geen lid meer zijn van deze organisatie.

6. Elke lidstaat of Geassocieerd lid van de Organisatie kan het lidmaatschap middels een mededeling aan de Directeur-generaal opzeggen. Zulk een mededeling zal van kracht worden op 31 december van het jaar volgende op dat waarin de mededeling werd gedaan. Deze terugtrekking betekent niet dat de financiele verplichtingen die bestaan tegenover de organisatie, ophouden te bestaan. Bericht van terugtrekking door een geassocieerd lid zal worden gedaan namens deze door de Lidstaat of andere autoriteit welke verantwoordelijk is voor haar buitenlandse betrekkingen.

Nationale Unesco Commissies

Wat is een Nationale UNESCO Commissie
Nationale Commissies worden dienovereenkomstig Artikel VII van de Constitutie ingesteld met het doel UNESCO’s activiteiten betere bekendheid te geven, haar invloed te vergroten en de uitvoering van haar programma te bevorderen door het betrekken van de intellectuele en wetenschappelijke gemeenschappen in haar respectieve landen, bij het werk van de organisatie.

Doel en Functie van Nationale Commissies
De functie van Nationale Commissies is om bij UNESCO’s activiteiten, de verschillende afdelingen van ministeries, agentschappen, instituten, organisaties en personen die werken voor de bevordering van onderwijs, wetenschappen, cultuur en informatie te betreken, zodat elke Lidstaat:

– Kan bijdragen aan het behoud van vrede en veiligheid en het gemeenschappelijk welzijn van de mensheid, door het deelnemen aan activiteiten van de UNESCO, welke als doel hebben om de gemeenschappelijke kennis en verstandhouding van volkeren te bevorderen, een frisse impuls te geven aan volksonderwijs en aan de verspreiding van cultuur en het behouden vergroten en verspreiden van kennis;

– Een toenemende rol van betekenis te spelen in UNESCO’s werk en in het bijzonder in de formulering en uitvoering van haar programma’s.

Voor dit doel, moeten Nationale Commissies:

– Samenwerken met hun overheden en met diensten, organisaties, instituten en individuen die belang hebben bij vraagstukken binnen UNESCO’s competentiegebieden;

– Participatie van nationale, gouvernementele en niet- gouvernementele organisaties en verschillende individuen aanmoedigen bij het formuleren en uitvoeren van UNESCO’s programma’s teneinde voor de Organisatie, al de intellectuele, wetenschappelijke, artistieke of administratieve hulp die het nodig mocht hebben te verzekeren;

– Informatie verspreiden over de doelen, het programma en de activiteiten van de UNESCO

– en ernaar streven om de interesse van het publiek voor deze te wekken.

Bijgevolg en afhankelijk van de vereisten en regelingen van elke Lidstaat kunnen Nationale Commissies:

– Participeren in de planning en de uitvoering van activiteiten toevertrouwd aan de UNESCO, welke worden ondernomen met de assistentie van het VN Ontwikkelings Programma (UNDP), het VN Milieu Programma (UNEP), het VN Fonds voor Bevolkingsaktiviteiten en andere internationale programma’s;

– Participeren in het zoeken naar kandidaten voor UNESCO posten, gefinancierd onder het Reguliere Programma of van extra budgettaire bronnen en in het plaatsen van UNESCO fellowship houders;

– Met andere Nationale Commissies participeren in gezamenlijke studies over zaken van belang voor de UNESCO ;

– Het op eigen initiatief ondernemen van andere activiteiten gerelateerd aan de algemene doelen van de UNESCO.

– Nationale Commissies werken met elkaar samen, en met UNESCO‘s Regionale Bureau’s en centra bij het onderhouden van regionale, subregionale en bilaterale samenwerking in onderwijs, wetenschappen, cultuur en informatie, in het bijzonder door de gezamenlijke formulering en uitvoering van programma’s. Deze samenwerking kan bestaan uit de voorbereiding, implementatie en evaluatie van projecten en kan de vorm aannemen van gezamenlijke onderzoeken, seminars, bijeenkomsten, conferenties en de uitwisseling van informatiemateriaal en bezoeken.

De Nationale UNESCO Commissie Suriname

Suriname verwierf per 16 juni 1976 het lidmaatschap van de UNESCO en de Nationale UNESCO Commissie Suriname werd bij Staatsbesluit van 6 februari 1981 opgericht.

De Commissie is gevestigd te Paramaribo, en ressorteert onder het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling.

Taakomschrijving van de Commissie

De Commissie heeft tot taak:
Vertegenwoordigers van de overheid en overheidsinstellingen, niet-gouvernementele organisaties en beroepen en van instituten die op het gebied van Onderwijs, Wetenschappen, Cultuur en Communicatie werkzaam zijn bij elkaar te brengen: zulks om hun deelname aan de voorbereidingen, de opstelling, de uitvoering en de beoordeling van UNESCO-programma’s, alsook hun samenwerking op educatief, wetenschappelijk en cultureel gebied, te regelen en te bevorderen.

Ter vervulling van haar taak zal de Commissie:

– de contacten met UNESCO en haar organen onderhouden;

– de informatieverstrekking in Suriname over zaken met betrekking tot UNESCO verzorgen;

– adviezen en zaken met betrekking tot UNESCO uitbrengen;

– de uitvoering van UNESCO-programma’s en projecten in relatie met UNESCO bevorderen.

Functies van de Commissie:
– De Commissie heeft een:

– Liaisonfunctie

– een informatiefunctie

– een adviesfunctie

– en een uitvoeringsfunctie

De minister van onderwijs is ambtshalve voorzitter van de Commissie, welke voorts uit een ondervoorzitter en tenminste drie en ten hoogste zes andere leden bestaat